Het menselijk brein wordt steeds verder in kaart gebracht door de medische wetenschap. Toch blijkt steeds weer dat ons besturingssysteem veel complexer is dan welke supercomputer ook. Het is veel onvoorspelbaarder en per individu sterk afwijkend. Komt het nu omdat ieder brein anders gevoed is, spelen er genetische zaken mee of is ieders brein om nog niet door de mens geziene redenen anders gevormd? Ondanks dat we weten dat iedereen anders is, worden veel mensen door medici als ‘anders’ gezien. Maar er is vooruitgang; daar waar die mensen vroeger ‘gek’ werden genoemd, zijn ze nu multidivergent, hebben een persoonlijkheidsstoornis of zijn ‘een verward persoon’.

Mijn brein heeft in de loop der jaren ook allerlei al dan niet officiële labeltjes meegekregen. Verschillende deskundigen kwamen met evenzoveel verschillende conclusies. Hoogbegaafd (al heette dat toen nog niet zo), verschillende persoonlijkheidsstoornissen, hypersensitief, depressief, cptss en ass. Het heeft allemaal niets geholpen. Toen ik na twee verschillende officiële diagnoses gevraagd werd of ik ook verder wilde laten onderzoeken of ook het officiële labeltje ‘ass’ op mij van toepassing zou zijn -ik scoorde daar immers ook hoog op- heb ik nee gezegd. Het helpt namelijk niet. Mijn brein gaat echt niet anders werken door nog een andere diagnose. Met het GGZ ben ik sowieso klaar.

Blijft het feit dat ik het leven ingewikkeld, zinloos en zwaar vind. Ik heb alles wat een mens kan wensen, een lieve vrouw, fijne kinderen die het ‘goed doen’ en ruim voldoende geld om van te leven. Daar ligt het dus niet aan. Ik voel me niet thuishoren in deze maatschappij, anders dan anderen en onbegrepen.
Ik doe mijn best om mee te doen, mijn steentje bij te dragen, sociaal en empathisch te zijn, maar ook om te begrijpen wie ik ben en wat ik wil. Ook dat laatste is knap lastig.

Mijn brein is een op hol geslagen AI model. Veel daarvan gaat zo snel dat het onbewust lijkt en voor mij niet reproduceerbaat is. Ik trek in no time conclusies waarvan ik de beredenering niet kan ophoesten. Een ‘afweermechanisme’ is het onnodig lang focussen op iets, wekenlang ieder vrij moment naar koptelefoons kijken, terwijl ik alle ins en outs allang ken bijvoorbeeld.

Ik ken daarnaast maar een paar manieren om het af te remmen. Ik kan vluchten in een boek, als ik lees zit ik in een andere wereld waar ik doorheen raas. Het werkt het best met thrillers en romans.
Dan is er de computer, of liever de software. Uitzoeken hoe iets werkt en wat de beste tool is. Maar tevreden ben ik zelden. En dan ga ik weer opnieuw beginnen. Soms frustrerend maar het biedt toch een vorm van rust.
Ten derde: schrijven. Als ik schrijf ben ik gedwongen mijn gedachten op zodanige wijze op te schrijven dat anderen begrijpen wat ik bedoel. Op dat moment zie ik kans mijn brein (vrijwel) uitsluitend daarop te richten. Beginnen met schrijven kost moeite, schrijven gaat vanzelf. De woorden rammelen eruit en vaak is er op het eind slechts een enkele aanpassing nodig, waarbij ik de taal- en tikfouten die ik over het hoofd zie even vergeet.
En tot slot is er een speciale vermelding voor muziek. In kan genieten van muziek en van uiterst gedetailleerde weergave. Maar ik kan niet echt naar muziek luisteren. De ideale combinatie is lezen terwijl ik luister. Probeer ik alleen te luisteren dan val ik in een soort van pseudoslaap. Ik wordt altijd wakker voordat het album is afgelopen. Alleen dan -en tijdens mijn slaap- denk ik niet bewust.

Ik ben jaloers op mensen die als ik vraag ‘Wat denk je?’, antwoorden met ‘Niets’. Al denk ik dat ze liegen. Hoe kun je nu in vredesnaam niets denken. Denken gaat altijd maar door, vliegt van hot naar her en bereikt de grootste chaos als je met andere mensen te maken hebt. Dan moet je het immers goed doen. Je moet de ander lezen, inschatten wat die denkt, bedenken hoe je daarop moet reageren en omdat ieder mens anders is, blijft dat iedere keer weer even lastig. Vooral als je denkt dat die ander beslissingen van je verwacht. Want je moet het natuurlijk wel goed doen.
Zijn er meer mensen, dan wordt het alleen maar moeilijker. Ik wil erbij horen, doe daarvoor mijn stinkende (overdreven en al lang onbewust) best, maar denk te weten dat ik er toch niet echt bijhoor. Na een feestje ben ik moe en vaak de volgende dag niet fit. En nee, dat komt niet door de drank.

Och, er zijn nog meer van die dingetjes die sommigen wel en anderen niet zullen herkennen, zoals behoorlijk door het lint gaan als iets niet op de plek ligt waar het hoort te liggen. Het soms letterlijk nemen van iets dat grappig bedoelt is of veel te eerlijk reageren.

Mijn brein blijft het ingewikkeldste stukje software dat ik ken. En ik weet zeker dat velen diezelfde ervaring hebben.

In een redelijk bekend boekwerk staat ergens ‘zalig zijn de armen van geest’ en hoewel dat misschien niet zo bedoeld is, denk ik soms dat daar wel wat inzit.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *